Selecteer een pagina

5.5 Kosten van menselijke arbeid

Als je mensen in dienst hebt, brengt dat niet alleen loonkosten met zich mee. Behalve lonen maak je ook andere kosten zoals belastingen over het loon, scholingskosten, etc.

Voorkennis

Voor deze les is geen specifieke voorkennis nodig 🥳

Begrippen

Let op

1. Loonberekeningen kunnen in praktijk zeer complex zijn. De basis van elke loonberekening is echter hetzelfde.

2. De meeste werknemers krijgen hun vakantiegeld in de maand mei uitgekeerd of bij einde van hun dienstverband.

Voorbeeld

De situatie:

  • Een ondernemer heeft 10 mensen in dienst die gemiddeld bruto € 2.400 bruto verdienen. De werkgever dient over het brutoloon 20 % in te houden. Dit is het werknemersdeel.
  • Het vakantiegeld is 8% van het brutoloon.
  • De werkgever dient over het brutoloon en vakantiegeld 25% belasting te betalen.
  • De onbelaste vergoedingen zijn per werknemer gemiddeld € 250 per maand. Denk aan reiskosten, personeelsfeest, fruitmand bij ziekte, scholingsgeld)

Gevraagd
a). Bereken de personeelskosten per maand per medewerker
b). Bereken het nettoloon per maand van een werknemer (zonder vakantiegeld)
c). Wat is per maand per werknemer de WIG (zonder vakantiegeld) ?
d). Bereken de totale personeelskosten per jaar

Uitwerking
a).

Brutoloon€ 2.400,00
Vakantietoeslag8% van € 2.400€ 192,00
€ 2.592,00
Werkgeversbijdrage25% van € 2.592€ 648,00
Totale loonkosten€ 3.240,00
Onbelaste vergoedingen€ 250,00
Personeelskosten per maand per medewerker€ 3.490,00

b). Het nettoloon is gemiddeld: (2.400/100) x 80% = € 1.920,- (of 2.5400 x 0,8 = 1.920,-)

c). De WIG is het verschil tussen het brutoloon verhoogt met werkgeversbijdrage en het nettoloon van de werknemer:
2.400 + (25% van 2.400) = 3.000 – 1.920 = 1.080
De werkgever is dus per maand per persoon € 3.000 kwijt, terwijl de werknemer hiervan ‘slechts’ € 1.920 krijgt uitgekeerd.

d). € 3.490,00 x 12 maanden x 10 = € 418.800,00 personeelskosten per jaar

Test je kennis