Selecteer een pagina

5.6 Afschrijvingskosten (vast %)

Afschrijven is het tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van »vaste_activa. Afschrijven kan op verschillende manieren. Wij bespreken er twee:

1). Lineaire afschrijving en;
2). Afschrijven met een percentage van de boekwaarde.

Wat is dat precies, afschrijven?

Een onderneming heeft bezittingen zoals machines, computers, gebouwen en transportmiddelen, die langer dan één jaar meegaan. Dit noem je vaste activa.

Vaste activa wordt elk jaar minder waard als gevolg van slijtage (technisch argument) en omdat er nieuwe betere alternatieven komen op de markt (economisch argument).

Deze waardevermindering zijn kosten en worden daarom doorberekend in de kostprijs. Om tot een goede kostprijs te komen moet je dus weten hoe je een afschrijving berekent.

Test je kennis

Let op

! De afschrijving vindt steeds aan het einde van een periode (jaar) plaats.
! Daarnaast is het voor de administratie van groot belang wat de waarde van de vaste activa is.


Uitleg: Afschrijven met vast percentage (vast %)

Als een bedrijf elk jaar hetzelfde bedrag afschrijft, dan spreek je over lineaire afschrijving. Voor het berekenen van de lineaire afschrijving heb je nodig de »aanschafwaarde, de »restwaarde en de »economische_levensduur.

De formule: Lineaire afschrijving (vast bedrag per jaar) is:
Afschrijving = (A-R)/L

Voorkennis

Voordat je aan deze les begint, heb je eerst deze lessen gemaakt:
Afschrijven

Om deze les goed te kunnen volgen:
→ Kan je rekenen met BTW (Commerciële calculaties)
→ Kan je rekenen met procenten

Begrippen

Afkortingen

In deze les worden drie afkortingen gebruikt

A van Aanschafwaarde.

R van Restwaarde.

L van Economische_levensduur

Voorbeeld 1:

Een onderneming koopt een nieuwe machine voor € 100.000 exclusief btw. Er zijn geen bijkomende kosten. De restwaarde wordt geschat op € 20.000 en de levensduur is 10 jaar.

Gevraagd:
a) Bereken de jaarlijkse afschrijving
b) Bereken de boekwaarde aan het begin van het 7e jaar.

Uitwerking
a) afschrijving = (A-R) / L = (100.000 – 20.000) / 10 = € 8.000,-
De machine wordt dus ieder jaar € 8.000 minder waard.

b) Begin 7e jaar houdt in dat je zes keer een bedrag van € 8.000 in mindering gebracht hebt. De boekwaarde begin zesde jaar is dan € 100.000 – (6x €8.000) = € 52.000,-

Voorbeeld 2:

Een onderneming heeft een vriescel gekocht met een »factuurprijs van € 36.300 (btw 21%).
Om deze vriescel te kunnen gebruiken dienen er bouwkundige aanpassingen plaats te vinden. De kosten hiervan bedragen (exclusief btw) € 6.000. De economische levensduur is 10 jaar en de restwaarde wordt geschat op € 0.

Gevraagd:
a) Bereken de jaarlijkse afschrijving
b) Bereken de boekwaarde aan het begin van het 8e jaar.

Uitwerking
a) eerst exclusief btw uitrekenen: 36.300/121*100 = € 30.000.

De kosten van € 6.000 zijn noodzakelijk om de vriescel te kunnen gebruiken. Daarom verhoogt dit de aanschafwaarde.

A = € 30.000 + € 6.000 = € 36.000
afschrijving = (A-R)/L= (36.000-0)/10 = 3.600 per jaar.

b) de boekwaarde begin zevende jaar is: € 36.000 – (7 * € 3.600) = € 10.800

Test je kennis